U heeft % van deze enquête ingevuld
Waarschuwing: JavaScript is uitgeschakeld in uw browser. Hierdoor kunt u mogelijk niet alle vragen in deze enquête beantwoorden. Controleer de instellingen van uw browser.

Vragenlijst norm basisondersteuning – ouders


Welkom bij deze enquête. Fijn dat u uw stem wilt laten horen als ouder over het huidige concept van de landelijke norm voor basisondersteuning.

In deze vragenlijst leggen we de landelijke norm voor basisondersteuning aan u voor. We willen inzicht krijgen in hoeverre de norm duidelijk is en of de beschreven ondersteuning haalbaar en uitvoerbaar is voor de school van uw kind.


Wat is de landelijke norm voor basisondersteuning?
De landelijke norm voor basisondersteuning is gebaseerd op de ondersteuning die de meeste scholen nu al bieden. In de norm voor basisondersteuning staat beschreven wat scholen minimaal aan ondersteuning moeten bieden. De norm schrijft niet voor hoe scholen dat doen. De norm vermindert verschillen tussen scholen en regio's.

Een voorbeeld: 
“De school biedt ondersteuning en begeleiding om het “leren leren” van leerlingen te bevorderen”.

De norm schrijft voor wat scholen moeten doen, namelijk het ondersteunen en begeleiden van het kind op het gebied van ‘leren leren’. De school bepaalt zelf hoe zij dit doen. Dat kan op verschillende manieren zoals tijdens mentoruren, in groepjes en/of met een specifiek (online) programma.


Wanneer ondersteuning niet onder de basisondersteuning hoort, betekent dit dat die ondersteuning op een andere manier geboden wordt binnen of buiten de school. Het valt dan onder de extra ondersteuning of onder jeugdhulp.  gaat over de toewijzing van de extra ondersteuning. Verwijzingen voor jeugdhulp gaan via de gemeente.

Lees meer over (niet verplicht):

ℹ️ Basisondersteuning (uitklapbaar)
De basisondersteuning is beschikbaar voor alle leerlingen die dat nodig hebben, passend bij hun ondersteuningsbehoefte. Het is van toepassing vanaf het moment dat leerlingen op school starten. Het gaat bij de basisondersteuning om ondersteuning en doeltreffende aanpassingen waar leerlingen met dezelfde ondersteuningsbehoefte over het algemeen baat bij hebben. Het kan gaan om aanpassingen voor bepaalde groepen leerlingen, maar het kan ook gaan om aanpassingen die je integreert in het onderwijs voor alle leerlingen. Aan de basis hiervan ligt dat een leerling een ononderbroken ontwikkelproces moet kunnen doorlopen, afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling.
Er zijn vier onderdelen van basisondersteuning:
1. Scholen hebben kennis en/of beleid om bepaalde ondersteuning te kunnen bieden.
2. Scholen bieden ondersteuning om het ontstaan van een lichte of zware ondersteuningsbehoefte te voorkomen (preventief);
3. Scholen bieden lichte en veelal remediërende ondersteuning om leerlingen weer mee te laten draaien in de lessen voor de gehele groep;
4. Scholen bieden doeltreffende en haalbare (pedagogisch-didactische) aanpassingen aan de lessen en contact met de leerling en/of aanpassingen aan toetsing, het schoolgebouw, de materialen en toerusting van leerlingen. Dit heeft als doel om ervoor te zorgen dat de onderwijsdeelname van leerlingen, die een blijvende ondersteuningsbehoefte hebben, het klassikale onderwijsaanbod (beter) kunnen volgen.
 
ℹ️ Extra ondersteuning (uitklapbaar)
De basisondersteuning is niet altijd genoeg. Sommige leerlingen hebben meer ondersteuning nodig. Naast de basisondersteuning bieden scholen daarom extra ondersteuning. Extra ondersteuning omvat alle vormen van ondersteuning en doeltreffende aanpassingen die verder gaan dan de basisondersteuning en die binnen het onderwijs geboden kunnen. Hierbij gaat het om ondersteuning en intensievere aanpassingen voor individuele leerlingen of groepen met vergelijkbare ondersteuningsbehoeften. Het vraagt meestal meer tijd om deze ondersteuning te organiseren dan het geval is bij de basisondersteuning. Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld. De grens tussen basisondersteuning en extra ondersteuning wordt ten minste bepaald door de landelijke norm voor basisondersteuning. Het samenwerkingsverband zorgt voor een dekkend aanbod van extra ondersteuning binnen de regio, waarbij ze soms gebruik maken van de voorzieningen buiten de regio. Dit gebeurt in afstemming met het onderwijsteam, leerlingen en ouders en, indien gewenst, in samenwerking met andere scholen of ketenpartners (bijvoorbeeld ambulante begeleiding, jeugdhulpverlening en jeugdgezondheidszorg).
 

Voor wie geldt de landelijke norm voor basisondersteuning?
De landelijke norm moet gaan gelden voor basisscholen, middelbare scholen en het speciaal onderwijs. In het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs wordt op veel vlakken in de basis natuurlijk al meer ondersteuning gegeven. De landelijke norm geeft vooral aan welke basisondersteuning leerlingen op iedere school mogen verwachten, ongeacht het type onderwijs.

ℹ️ Achtergrond (uitklapbaar)
In 2024 zijn AOb (Algemene Onderwijsbond) en Ouders & Onderwijs in opdracht van het ministerie van OCW gestart met het ontwikkelen van een landelijke norm voor basisondersteuning. KBA Nijmegen, Expertisecentrum Nederlands en P2 ondersteunen hierbij. We ontwikkelen de norm door in gesprek te gaan met het onderwijsveld, ouders, leerlingen en (andere) experts.

Welke ondersteuningsgebieden staan centraal in deze vragenlijst?
We werken nu aan de tweede ronde, daarin staan de volgende ondersteuningsgebieden centraal:
  • Rekenen en wiskunde;
  • Taal, spraak en communicatie;
  • Cognitief moeilijk lerend; 
  • Kenmerken van autisme.
ℹ️ Welke andere ondersteuningsgebieden komen ook in de norm? (uitklapbaar)
We werken de norm uit in drie rondes. Iedere ronde staan nieuwe zogenaamde ondersteuningsgebieden centraal. De volgende ondersteuningsgebieden worden beschreven in de norm:
 
Ronde 1 (2024)
• Lezen en spellen;
• (Hoog)begaafdheid;
• Taak-/werkgedrag.

Ronde 2 (huidige ronde, 2025-2026)
• Rekenen en wiskunde;
• Taal, spraak en communicatie;
• Cognitief moeilijk lerend;
• Kenmerken van autisme.

Ronde 3 (2026-2027)
• Rust en structuur;
• Mentale gezondheid;
• Langdurig/chronisch ziek;
• Auditieve en visuele ondersteuning.

 
Noot: de benaming van de ondersteuningsgebieden in ronde 3 kan nog veranderen.
 

Hoe ziet de norm eruit?
De norm bestaat uit algemene didactische en pedagogische ondersteuning die overkoepelend geldt voor alle ondersteuningsgebieden. Vervolgens beschrijven we per specifiek ondersteuningsgebied welke ondersteuning minimaal geboden moet worden. In de figuur zie je hoe deze ondersteuning is opgebouwd en hoe de verschillende onderdelen met elkaar samenhangen.

Opbouw van de landelijke norm voor basisondersteuning
Wat doen we met de resultaten?
Uw antwoorden gebruiken we om de norm aan te passen. Daarnaast stellen we een advies op aan het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Op die manier willen we ervoor zorgen dat de norm duidelijk, haalbaar en effectief is.

Privacy
We vinden het belangrijk dat u eerlijk uw mening kunt geven. Daarom worden alle antwoorden anoniem verzameld en verwerkt. Niemand kan zien welke antwoorden door u zijn gegeven.